Flashcards
Flashcards toets Ethiek
Elke kaart legt één begrip uit: de kern, hoe het werkt, een voorbeeld uit de praktijk en de valkuil waar het examen op test. Met slim herhalen zie je moeilijke kaarten vaker en kaarten die je kent pas later terug.
Kies hoe je wilt leren
Slim herhalen neemt de kaarten die vandaag aan de beurt zijn, plus een paar nieuwe. Nog leren zie je morgen terug, Ken ik pas na 3, 7, 14 of 30 dagen.
Zonder account bewaren we je voortgang alleen in deze browser. Na het inloggen nemen we hem mee naar je account.
Stapels per onderwerp
- Kernwaarden en tuchtnorm Oefen
- Onafhankelijkheid en partijdigheid Oefen
- Vertrouwelijkheid en geheimhouding Oefen
- Belangenverstrengeling Oefen
- Kwaliteit en informatieplicht Oefen
- Honorarium, declaratie en toevoeging Oefen
- Derdengelden en Wwft Oefen
- Uitlatingen en onjuiste informatie Oefen
- Confrères en wederpartij Oefen
- Toezicht en tuchtprocedure Oefen
Alle 120 kaarten?
Met elke training krijg je alle flashcards, de oefenvragen en de proefexamens. Je voortgang wordt bewaard in je account.
De gratis kaarten
15 kaarten uit verschillende onderwerpen. Klik op een kaart om de uitleg te lezen.
Welke vijf kernwaarden noemt art. 10a lid 1 Advocatenwet?
De advocaat is bij de uitoefening van zijn beroep onafhankelijk, partijdig, deskundig, integer en vertrouwenspersoon.
Art. 10a lid 1 onder a tot en met e geeft elke kernwaarde een eigen inhoud: onafhankelijk ten opzichte van cliënt, derden en de zaak; partijdig bij de gerechtvaardigde belangen van de cliënt; deskundig met voldoende kennis en vaardigheden; integer; vertrouwenspersoon die geheimhouding in acht neemt binnen de grenzen van wet en recht. De gedragsregels werken deze waarden uit.
Voorbeeld: Mr. Kroon twijfelt of hij een opdracht mag aannemen. Hij loopt de vijf kernwaarden langs: blijft hij onafhankelijk, kan hij partijdig optreden, heeft hij de kennis, is het integer en kan hij de geheimhouding waarborgen?
Valkuil: Partijdig en onafhankelijk sluiten elkaar niet uit. Beide gelden tegelijk.
Ezelsbrug: OPDIV: onafhankelijk, partijdig, deskundig, integer, vertrouwenspersoon.
Bron: Advocatenwet (BWBR0002093), geldend vanaf 1 januari 2026, Art. 10a lid 1 onder a tot en met e
Wat bepaalt regel 1 (Beroepsplichten) van de Gedragsregels advocatuur 2018?
De advocaat is gehouden tot betamelijke beroepsuitoefening, jegens zijn cliënt, de overige betrokkenen bij de rechtspleging en zijn beroepsgroep. Hij laat zich leiden door de kernwaarden en mag het vertrouwen in de advocatuur niet schaden.
Regel 1 geeft in één oogopslag de draagwijdte van de betamelijkheidsnorm. De advocaat neemt de wet, de verordeningen, zijn eed of belofte en de verplichtingen uit de opdrachtrelatie in acht. De grondslag is het belang van een goede rechtsbedeling. Volgens de toelichting is een betrouwbare en fatsoenlijke advocatuur een maatschappelijk belang waaraan iedere advocaat moet bijdragen.
Voorbeeld: Mr. Dekker stuurt de wederpartij, die geen cliënt is, een dreigend bericht. Hij verweert zich met het argument dat hij alleen zijn cliënt iets verschuldigd is. Regel 1 laat zien dat de plicht ook geldt jegens overige betrokkenen.
Valkuil: De betamelijkheidsnorm beperkt zich niet tot de relatie met de eigen cliënt.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 1 tot en met 11), Regel 1 met toelichting
Wat vraagt regel 2 lid 1 (onafhankelijkheid) van de advocaat, en tegenover wie?
De advocaat vermijdt dat zijn onafhankelijkheid in de uitoefening van zijn beroep in gevaar zou kunnen komen.
Volgens de toelichting moet de advocaat onafhankelijk zijn tegenover zijn cliënt, de wederpartij, derde-financiers (zoals de Raad voor Rechtsbijstand, rechtsbijstandsverzekeraars en procesfinanciers), bemiddelaars bij het verkrijgen van opdrachten en de overheid. Belangenverstrengeling kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, zeker als de advocaat daardoor mede partij wordt. Voorbeelden zijn een bestuursfunctie bij een cliënt en nauwe persoonlijke of familiebanden.
Voorbeeld: Mr. Verhoef is commissaris bij een bouwbedrijf en procedeert tegelijk voor dat bedrijf tegen een aannemer. Hij moet zich afvragen of hij nog vrij en deugdelijk kan adviseren.
Valkuil: Onafhankelijkheid geldt ook tegenover de eigen cliënt, niet alleen tegenover derden.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 1 tot en met 11), Regel 2 lid 1 met toelichting
Wat regelt art. 11a Advocatenwet over de geheimhoudingsplicht?
De advocaat is verplicht tot geheimhouding van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening als zodanig kennis neemt, voor zover de wet niet anders bepaalt.
Dezelfde plicht geldt voor medewerkers en personeel van de advocaat en andere personen die bij de beroepsuitoefening betrokken zijn (lid 1). De plicht blijft bestaan na beëindiging van de beroepsuitoefening of van de betrekking (lid 2). Art. 10a lid 1 onder e maakt de advocaat vertrouwenspersoon die geheimhouding in acht neemt binnen de door wet en recht gestelde grenzen.
Voorbeeld: Mr. Kroon is met pensioen en vertelt op een verjaardag over de echtscheiding van een oud-cliënt. Zijn geheimhoudingsplicht is met zijn pensioen niet vervallen.
Valkuil: De plicht geldt niet alleen voor de advocaat zelf. Ook de secretaresse en de stagiaire zijn gebonden.
Bron: Advocatenwet (BWBR0002093), geldend vanaf 1 januari 2026, Art. 11a lid 1 en 2; art. 10a lid 1 onder e
Onder welke voorwaarden mag de advocaat vertrouwelijk verkregen kennis naar buiten gebruiken (regel 3 lid 3)?
Alleen als aan elk van drie voorwaarden is voldaan: een juiste uitvoering van de opgedragen taak rechtvaardigt het, de cliënt heeft desgevraagd geen bezwaar, en het is in overeenstemming met de goede beroepsuitoefening.
De toelichting zegt uitdrukkelijk dat de criteria cumulatief zijn. Ook als de cliënt hem van zijn geheimhoudingsplicht ontslaat, behoudt de advocaat een eigen verantwoordelijkheid. Hij beoordeelt zelf of naar buiten brengen, bijvoorbeeld via de media, van zwaarwegend belang is voor de zaak.
Voorbeeld: De cliënt van mr. Dekker wil dat hij een intern rapport over een concurrent aan een krant geeft. De cliënt heeft geen bezwaar, maar het rapport dient de zaak niet. Mr. Dekker moet weigeren.
Valkuil: Toestemming van de cliënt is nodig, maar niet genoeg.
Ezelsbrug: Taak, toestemming, beroepsuitoefening: alle drie.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 1 tot en met 11), Regel 3 lid 3 met toelichting
Welke twee situaties verbiedt regel 15 lid 1 (belangenverstrengeling)?
De advocaat mag niet tegelijkertijd voor meer dan één partij optreden in een zaak waarin die partijen een tegengesteld belang hebben (a), en niet tegen een cliënt of een voormalige cliënt optreden (b). Uitzonderingen staan in lid 3 en 4.
De regel steunt volgens de aanhef op de kernwaarden partijdigheid en vertrouwelijkheid. De cliënt moet erop kunnen vertrouwen dat gegevens over zijn zaak, persoon of onderneming nooit tegen hem worden gebruikt. Onder optreden valt volgens de toelichting ook optreden in de adviessfeer.
Voorbeeld: Mr. Van Lier adviseerde vorig jaar een bakkerij over haar huurcontract. Nu vraagt de verhuurder hem om tegen dezelfde bakkerij een ontruimingszaak te voeren over dat huurcontract.
Valkuil: Het verbod geldt ook tegen een voormalige cliënt, niet alleen tegen een lopende.
Ezelsbrug: Tegelijk tegenover elkaar, of tegen je eigen (oud-)cliënt: verboden.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 12 tot en met 19), Regel 15 lid 1 met toelichting
Mag één advocaat beide echtgenoten bijstaan bij een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding?
Ja, dat is al lang toegestaan, mits er geen belangenconflict is en geen aanzienlijk risico dat er een ontstaat. Wel geldt een zware zorgplicht.
De toelichting bij regel 15 zegt dat naast het gemeenschappelijk belang min of meer per definitie ook tegenstrijdige belangen bestaan. De advocaat moet daarom grote behoedzaamheid betrachten, beide partijen goed voorlichten over hun marges en mogelijkheden, en nagaan dat beiden de regeling begrijpen. Ontstaat toch een conflict, dan trekt hij zich voor beiden terug.
Voorbeeld: Mr. Wolters begeleidt een echtpaar bij een scheiding. De vrouw wil de woning houden en de man twijfelt over de waarde. Mr. Wolters legt beiden de gevolgen uit, laat de woning taxeren en legt vast dat hij bij een geschil voor geen van beiden verder kan.
Valkuil: Gezamenlijk optreden betekent niet dat de advocaat neutraal mag afwachten wat partijen afspreken.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 12 tot en met 19), Toelichting bij regel 15
Wat vraagt regel 12 (zorgvuldigheid), en aan welke maatstaf toetst de tuchtrechter de kwaliteit?
De advocaat behandelt de opgedragen zaken zorgvuldig en houdt het bijzondere karakter van de relatie met de cliënt voor ogen. Zijn werk moet voldoen aan de professionele standaard: de zorgvuldigheid van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat.
Volgens de toelichting bij regel 13 toetst de tuchtrechter de kwaliteit in volle omvang, maar met oog voor de vrijheid van de advocaat in de wijze van behandeling en de keuzes die hij moet maken (HvD 20 september 2013, in de toelichting aangehaald). De toelichting bij regel 14 voegt toe dat verwijtbaarheid in het algemeen pas aan de orde is als hij kennelijk onjuist optreedt en de belangen van de cliënt daardoor worden of kunnen worden geschaad.
Voorbeeld: Mr. Van Lier kiest ervoor geen getuigen op te roepen. Achteraf was dat ongelukkig, maar het was een verdedigbare keuze. Dat is niet verwijtbaar.
Valkuil: Een verloren zaak betekent niet dat de advocaat onzorgvuldig was.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 12 tot en met 19), Regel 12; toelichting bij regels 13 en 14
Welk honorarium mag de advocaat in rekening brengen (regel 17 lid 1)?
Een, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk honorarium.
De toelichting koppelt de redelijkheid aan transparantie vooraf: de advocaat maakt duidelijk wat zijn tarief is, welke andere grondslag eventueel geldt, de omzetbelasting en hoe vaak hij declareert. Of het honorarium redelijk is, wordt beoordeeld naar alle omstandigheden van het geval. De regel sluit aan bij het recht op een redelijke beloning bij de overeenkomst van opdracht (art. 7:405 BW, genoemd in de toelichting bij regel 13).
Voorbeeld: Mr. El Amrani rekent voor een eenvoudige huurachterstand van 2.000 euro dertig uur, waarvan de helft aan het inlezen van algemene literatuur. De declaratie staat niet in verhouding tot de zaak.
Valkuil: Een afgesproken uurtarief maakt niet elk aantal uren redelijk.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 12 tot en met 19), Regel 17 lid 1 met toelichting
Welke honorariumafspraken verbiedt art. 7.7 Voda?
Het staat de advocaat niet vrij overeen te komen dat alleen bij een bepaald gevolg honorarium in rekening wordt gebracht (no cure, no pay), of dat het honorarium een evenredig deel is van de waarde van het te bereiken gevolg (quota pars litis).
Lid 2 maakt een uitzondering voor de gevallen die voldoen aan paragraaf 7.4.2 (incassotarief) of paragraaf 7.4.3 (letsel- en overlijdensschade). De toelichting bij regel 17 zegt dat een gecamoufleerde no cure, no pay afspraak nog steeds onbetamelijk kan zijn.
Voorbeeld: Mr. Sedney spreekt met een ondernemer af dat hij niets rekent als een claim tegen een leverancier mislukt, en 30 procent van de opbrengst als die slaagt. Het gaat niet om een incasso of letselzaak.
Valkuil: Het verbod raakt beide vormen: alleen bij succes betalen, en een percentage van de opbrengst.
Ezelsbrug: Geen succes, geen geld? Deel van de buit? Verboden, behalve 7.4.2 en 7.4.3.
Bron: Verordening op de advocatuur (BWBR0035981), geldend vanaf 1 juli 2026, Art. 7.7 lid 1 en 2
Wat zijn derdengelden volgens art. 1.1 Voda?
Gelden die een relatie hebben met de dienst die de advocaat verleent en die niet voor de advocaat zelf zijn bestemd, maar voor de cliënt of een derde. Verschotten en griffierechten zijn uitgezonderd.
De definitie kijkt naar de bestemming van het geld, niet naar de rekening waarop het binnenkomt. Een schadevergoeding van de wederpartij voor de cliënt is dus derdengeld, ook als die per ongeluk op de kantoorrekening wordt gestort. Voor derdengelden gelden de regels van afdeling 6.5 Voda, zoals art. 6.19 over overmaken en verrekenen.
Voorbeeld: De wederpartij betaalt een schikkingsbedrag van 18.000 euro voor de cliënt van mr. Sedney op de kantoorrekening. Dat geld is derdengeld en moet naar de cliënt of naar de stichting derdengelden.
Valkuil: Een voorschot op het eigen honorarium is geen derdengeld: het is voor de advocaat bestemd.
Ezelsbrug: Voor wie is het geld? Niet voor mij, dan derdengeld.
Bron: Verordening op de advocatuur (BWBR0035981), geldend vanaf 1 juli 2026, Art. 1.1 (begripsbepaling derdengelden)
Mag de advocaat zijn declaratie verrekenen met derdengelden van de cliënt (art. 6.19 lid 4 en 5 Voda)?
Alleen als hij dat schriftelijk met de rechthebbende is overeengekomen. Betwist de rechthebbende de declaratie binnen een redelijke termijn, dan vervalt het recht tot verrekening. Na verrekening bevestigt de advocaat dat schriftelijk.
De stappen: schriftelijke afspraak vooraf, de declaratie voorleggen, geen betwisting binnen een redelijke termijn, dan verrekenen en schriftelijk bevestigen. De toelichting bij regel 19 zegt dat verrekening van een openstaande factuur met ontvangen derdengelden alleen mogelijk is met uitdrukkelijke toestemming van de cliënt.
Voorbeeld: De opdrachtbevestiging van mr. Kroon bevat geen verrekeningsafspraak. Als 30.000 euro aan schadevergoeding binnenkomt, houdt hij 4.000 euro in voor zijn openstaande declaratie en maakt hij de rest over.
Valkuil: Een algemene opdrachtbevestiging zonder verrekeningsclausule is geen schriftelijke overeenkomst in de zin van lid 4.
Ezelsbrug: Afspraak, geen bezwaar, bevestiging.
Bron: Verordening op de advocatuur (BWBR0035981), geldend vanaf 1 juli 2026, Art. 6.19 lid 4 en 5
Wat verbiedt regel 7 (geen ongepaste uitlatingen)?
De advocaat dient zich niet onnodig grievend uit te laten.
Volgens de toelichting geeft het begrippenpaar onnodig grievend aan welke beperkingen de advocaat in al zijn uitingen in acht neemt. De beperking geldt voor uitingen in het kader van de beroepsuitoefening, onder meer jegens de eigen cliënt, de wederpartij en andere advocaten. De tuchtrechter beslist per geval of een uiting onnodig grievend is.
Voorbeeld: Mr. Dekker schrijft in een conclusie van antwoord dat de eiser een notoire leugenaar is die zijn hele leven anderen heeft opgelicht. Voor het verweer was dat niet nodig.
Valkuil: Grievend mag soms. Het verbod geldt voor wat onnodig grievend is.
Ezelsbrug: Grievend en onnodig: dan fout.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 1 tot en met 11), Regel 7 met toelichting
Moet een advocaat altijd eerst een regeling in der minne proberen (regel 5)?
Nee. De advocaat houdt voor ogen dat een regeling in der minne veelal de voorkeur verdient boven een proces, maar regel 5 is geen absolute verplichting.
Volgens de toelichting gaat het erom dat de advocaat zich voldoende inzet om tot een oplossing te komen. De wederpartij kan niet verlangen dat hij in elke situatie een regeling beproeft; dat is ter vrije beoordeling van advocaat en cliënt. Lukt een regeling niet en wil de cliënt procederen, dan is het alleszins gerechtvaardigd dat de advocaat dat doet. Hij kan ook mediation aanbevelen en bespreekt met de cliënt wat de beste oplossing is.
Voorbeeld: De wederpartij klaagt dat mr. Van Lier direct dagvaardde zonder schikkingsvoorstel. Mr. Van Lier had eerder twee keer vergeefs overleg gezocht en zijn cliënt wilde een uitspraak.
Valkuil: Regel 5 geeft de wederpartij geen recht op onderhandelingen.
Bron: NOvA, Gedragsregels advocatuur 2018 met toelichting (regels 1 tot en met 11), Regel 5 met toelichting
Wie houdt toezicht op advocaten, en waarop (art. 45a lid 1 Advocatenwet)?
De deken van de orde in het arrondissement houdt toezicht op de advocaten die in dat arrondissement kantoor houden. Het toezicht ziet op de naleving van de wet, de zorg jegens cliënten, de verordeningen en betamelijk handelen.
Sinds 1 januari 2015 is de deken wettelijk toezichthouder. Volgens de toelichting bij regel 29 is zijn toezicht onderworpen aan titel 5.2 Awb (art. 5:11 tot en met 5:20). Op grond van art. 45g kan hij voor bepaalde overtredingen van verordeningen een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen. Onder de Wwft is de deken ook de toezichthouder (art. 1d lid 1 onder d Wwft).
Voorbeeld: De deken krijgt signalen dat mr. Dekker geen kantoorklachtenregeling heeft. Hij vraagt inzage in de kantoorstukken. Mr. Dekker moet daaraan meewerken (regel 29).
Valkuil: Toezicht is iets anders dan tuchtrecht. De deken houdt toezicht, de tuchtrechter beslist over klachten.
Bron: Advocatenwet (BWBR0002093), geldend vanaf 1 januari 2026, Art. 45a lid 1; art. 45g lid 1
Weet je hoe ver je bent?
Doe de gratis test van 10 vragen en zie direct je score. Bevalt het, dan kies je een training vanaf € 29,00, eenmalig betalen.